Daar rijdt op een avond
een ridder te paard,
Zo wijd hangt zijn mantel
tot over zijn zwaard.
't Is ridder Sint-Maarten
op weg naar de stad
Soldaat van de koning
met God in zijn hart.
Soldaat van de koning
met God in zijn hart,
een bedelaar ziet hem,
luid roept hij hem aan:
O Maarten heb medelij
en blijf bij mij staan.
Wat doet nu Sint-Maarten
op weg naar de stad
Soldaat van de koning
met God in zijn hart?
Soldaat van de koning
met God in zijn hart
Hij heeft niets te geven
geen geld en geen brood
Hij heeft slechts een mantel
die wijd is en groot.
Wat doet nu Sint-Maarten
op weg naar de stad
Soldaat van de koning
met God in zijn hart.
Soldaat van de koning
met God in zijn hart
Hij snijdt nu zijn mantel
in tweëen uiteen
De helft krijgt de bedelaar
heel warm om zich heen.
En voort rijdt Sint-Maarten
op weg naar de stad,
soldaat van de koning
met God in zijn hart
's Nachts heeft Sint-maarten
een groots droomgezicht
Hij ziet daar de bedelaar
in 't Hemelse Licht.
En dan weet Sint-Maarten
Wie kruiste zijn pad
Zijn God en zijn Koning
die leeft in zijn hart
Soldaat van de koning
met God in zijn hart.
--------------------------------------------------------------------------------
Ik loop met mijne lantaarn
en mijne lantaarn met mij.
Daarboven stralen de sterren,
beneden stralen wij.
Mijn licht is aan,
ik loop vooraan,
van bimmelabommela bom bombom
Mijn licht is uit,
ik ga naar huis
van bimmelabommela bom bombom
Geen opmerkingen:
Een reactie posten