In het "aankondigingsblad" van onze streek stonden de volgende, treffende, definities:
Een kapitalist is een persoon die vanuit zijn kantoor met airco in een wagen met airco naar zijn club met airco rijdt om dan een uurtje in de sauna te gaan zitten.
Een optimist is een pessimist die slecht ingelicht is.
Snobisme: dat is zaken kopen die men niet graag ziet, met geld dat men niet heeft, om indruk te maken op mensen die men niet mag.
2 opmerkingen:
Pessimist : iemand die in het land van melk en honing niks anders ziet dan calorieën en cholesterol. Persvrijheid : het recht om te zeggen wat de eigenaar van de krant denkt zolang het de adverteerders niet stoort. Receptie : plaats waar men pas in de belangstelling staat wanneer men weer weg is. Sproeten : verroeste uiteinden van stalen zenuwen. En ik ken er nog een paar ...
Een adres waar je een hele lange lijst van dergelijke komische omschrijvingen vind, http://users.belgacom.net/citaten/definitiesms/htm
Je moet maar eens kijken !
Een reactie posten