zaterdag 20 november 2010

armoede

Hieronder staat een gedicht van welzijnszorg, een gedicht dat (gelukkig) niets te maken heeft met mijn gezin, maar wel met mijn werksituatie en eigenlijk toch sterk aangeeft wat ikzelf versta onder begeleiding van kasnarmen!

Waar moet iemand die in armoede leeft
en tot over de oren in de schulden zit
nog in geloven
als een realistisch afbetalingsplan
je nog nauwelijks de ruimte geeft om te overleven,
laat staan dat je nog ooit zal kunnen leven?
Waar moet iemand die in armoede leeft
en tot over de oren in de schulden zit
nog op hopen
als hij door iedereen
bestempeld wordt als een hopeloos geval,
als elk gevoel voor eigenwaarde
in de loop der levensjaren
vakkundig werd weggeschraapt?
Wie moet iemand die in armoede leeft
en tot over de oren in de schulden zit
nog gaarne zien
als liefde al jaren niet meer werd gevoeld,
als onverschilligheid de enige mogelijkheid wordt
om de kop boven water te houden,
als je denkt dat je niets meer te bieden hebt?
Geloof, hoop en liefde
is dat niet wat we uitgesloten mensen moeten geven

Geen opmerkingen: